Madenziekte
Madenziekte, letterlijk: ziek van de maden (vliegenlarven), is een aandoening waar we in de warmere tijd van het jaar regelmatig mee geconfronteerd worden. De aandoening bestaat uit een open wond met daarin levende maden die zich een weg door het lichaam eten. Er is bijna geen aandoening te bedenken, die meer reacties van afschuw oproept, zowel bij eigenaar als behandelaar!
Oorzaak
Madenziekte, ook wel myasis genoemd, ontstaat als vliegen eitjes leggen op vochtige, warme plaatsen op het lichaam. Met name de groene vleesvlieg is berucht. De eitjes komen soms al binnen enkele uren uit, en de maden zijn een feit. Deze maden, zo’n anderhalve cm groot, boren een gaatje in de huid en banen zich met hun giftige speeksel een weg in het vlees net onder de huid. Ze vreten daar vlees en weefsel weg, net zo lang tot de maden zich verpoppen tot vliegen. Het madenspeeksel, dat als het ware het vlees oplost, veroorzaakt een typische rottingsgeur. Deze geur trekt weer nieuwe vliegen aan, etc….
In principe kan elke diersoort met een vochtige huidplek slachtoffer worden. Vooral lang haar of dikke wol houdt vocht vast. Huidplooien zijn van nature warm en vochtig en ‘smetten’ snel. De probleemgebieden zitten vooral rond de anus en urinewegen en soms rond de bek (kwijlen). Verwondingen kunnen ook een broedplek van maden worden. Schapen, lammeren en konijnen zijn het vaakst slachtoffer, maar ook andere dieren zoals hond en kat kunnen maden krijgen.
Dieren hebben onder normale omstandigheden droge ontlasting en plassen gericht naar achteren, waardoor er geen vochtig achterste ontstaat. Verkeerde voeding of ziekte van darmen of urinewegen kunnen ertoe leiden, dat ontlasting dun wordt (diarree) of dat er urine lekt, met alle gevolgen van dien. Het is dan ook belangrijk u te realiseren, dat aan madenziekte vrijwel altijd een andere aandoening, een voedingsfout of een verwonding ten grondslag ligt. Het behandelen van de madenziekte alleen is zodoende niet genoeg om het dier gezond te krijgen en herhaling in de toekomst te voorkomen: ook de oorzaak moet worden aangepakt.
Spoedgeval
Het ontdekken van maden bij een dier vereist directe actie: het is een spoedgeval. De schade die madenziekte aanricht breidt zich razendsnel uit. Onderhuids is de schade doorgaans vele malen groter dan op het eerste gezicht te zien is. Bovendien stopt een konijn met madenziekte al snel met eten, en niet eten is fataal voor een konijn. Ga niet thuis dokteren, maar bel direct de dierenarts. Ook als u de maden ‘s avonds of in het weekend ontdekt.
Behandeling acute fase
De behandeling van madenziekte is vrij intensief. Om te beginnen moeten de maden zo snel mogelijk verwijderd worden. Dit doen we door te wassen met een speciale shampoo en daarna met een pincet de hele madenwond na te lopen. Antibiotica zorgen ervoor dat bacteriën die zich in de madenwond genesteld hebben geen verdere ontstekingen kunnen veroorzaken. Een madenwond is pijnlijk, en een konijn met pijn wil niet eten. Pjjnstilling is daarom een onmisbaar onderdeel van de therapie en belangrijk voor de overlevingskansen. Soms is het nodig daarnaast de maag en darmen te stimuleren met medicijnen, omdat deze stil komen te liggen als het konijn niet meer eet. Daarnaast kunnen we het konijn dwangvoeden om de stofwisseling op peil te houden. Dit pakket van behandelingen vormt de 1e acute aanpak. Het konijn moet hiervoor gedurende 1 of enkele dagen worden opgenomen op de praktijk.
Ondanks behandeling kunnen we niet alle konijnen met madenziekte redden. Een fatale bloedvergiftiging t.g.v. de maden is geen zeldzaamheid. Als u er op tijd bij bent en de schade nog beperkt is, zijn er echter vrij goede kansen op herstel.
Vervolg van de behandeling
Als het konijn de acute crisis t.g.v. de maden heeft doorstaan, is het tijd om op zoek te gaan naar de oorzaak van het probleem. Had het dier bijv. een wond, of last van dunne ontlasting of incontinentie? Wat krijgt hij te eten, en is het gebit wel gezond genoeg om het voedsel goed te vermalen? Afhankelijk van wat we vinden, wordt daar de verdere behandeling op aangepast.
Voorkomen is beter dan genezen!
Om madenproblemen in de toekomst te voorkomen, is een goede algemene gezondheid van het konijn niet het enige. Een schone, droge bodembedekking in het hok en de juiste voeding zijn minstens zo belangrijk.
Voeding
Veel konijnen hebben de hele dag een bak met gemengd voer tot hun beschikking, met daarin zaadjes, stukjes fruit en korrels (biks). Hoewel heel veel konijnenvoeders op deze manier zijn samengesteld, is dit eigenlijk geen geschikte voeding voor een konijn. Een konijn moet vooral ruwe vezels eten, en relatief weinig eiwitten en suikers. De zaden en andere ‘lekkere’ stukjes in gemengde voeders bevatten veel eiwit en suikers en geven snel een voldaan gevoel. Bovendien vinden konijnen ze veel lekkerder dan de bikskorrels en hooi. Daardoor eet het konijn selectief en neemt het te weinig vezels en mineralen op, doordat ze te weinig hooi en biks gaan eten.
Goede voeding voor het konijn bestaat uit 24 uur per dag hooi van goede kwaliteit. Daarnaast kunt u 1 of 2 maal per dag een beetje konijnenvoer in het bakje geven die alleen uit biks bestaat. Dit soort voer is van diverse merken te krijgen en kunt u kopen op de praktijk of bij goede dierenwinkels. Vers groenvoer of een stukje fruit mag ook, maar bouw elke soort groenvoer altijd langzaam op. Blijf met fruit altijd matig vanwege het hoge suikergehalte.
In de gaten houden
Dagelijkse controle van de lippen, keelplooi (wam) en andere huidplooien, en de buik en kont van uw dieren is in warme periodes sterk aan te raden, evenals het extra vaak verschonen van natte bodembedekking. Vochtige plekken en uitwerpselen trekken immers vliegen aan. Dit geldt ook voor binnen gehouden dieren: de vliegen komen immers ook naar binnen. Extra aandacht verdienen de dieren met een “vies kontje” of andere natte huidplekken. Vliegenwering (hor, vliegenwerend gaas om het hok) en -bestrijding zijn dan belangrijke aanvullende maatregelen.
De aanwezigheid van groene vliegen moet natuurlijk alle alarmbellen doen rinkelen.
Voorkomen is ook hier beter dan behandelen, maar meer nog dan in andere gevallen geldt hier, met voorkomen doet U mens en dier een groot plezier!
