Sterilisatie en castratie van de kat

  • Poes (vrouwtje): sterilisatie op 6 maanden leeftijd
  • Kater (mannetje): castratie op 7-8 maanden leeftijd, of eerder als hij eerder begint met sproeien

Sterilisatie of castratie, hoe zit dat nou?

In de volksmond spreken we van sterilisatie als we het onvruchtbaar maken van een vrouwtjesdier bedoelen, en van castratie als we het onvruchtbaar maken van een mannetje bedoelen. Eigenlijk klopt dit niet helemaal. Het verschil tussen sterilisatie en castratie zit hem namelijk niet in het mannetje of vrouwtje, maar in de operatie zelf.

Een sterilisatie houdt in, dat er alleen een afsluiting wordt gemaakt in de zaadleiders of eileiders. Er kan dan geen bevruchting meer plaatsvinden, maar het lichaam blijft nog gewoon geslachtshormonen produceren.

Als de teelballen of eierstokken – en dus de ‘fabriekjes’ voor de geslachtshormonen- worden weggehaald, is dit technisch gesproken in beide gevallen een castratie.

Bij onze huisdieren worden de teelballen of eierstokken verwijderd als we hen onvruchtbaar willen maken. We willen nl. ook de geslachtshormoonproductie stoppen, zodat de poes niet meer krols wordt en de kater niet meer sproeit. Eigenlijk zouden we dus bij zowel de mannetjes als bij de vrouwtjes van een castratie moeten spreken.  Om teveel spraakverwarring te voorkomen, houden we het hier echter nog even op castratie voor de kater, en sterilisatie voor de poes.

Wanneer mag een poes gesteriliseerd worden?

We adviseren om poesjes op 6 maanden leeftijd te laten steriliseren. Op deze leeftijd wordt de poes namelijk voor het eerst krols (vruchtbaar). Als ze niet gedekt wordt, treedt de krolsheid daarna ongeveer elke 2 tot 3 weken op. Krolsheid kenmerkt zich door veel miauwen, veel aandacht vragen en met het achterste in de lucht gaan staan als je de poes op de rug krabbelt.  Krolsheid kan enkele dagen tot een week duren, en is voor de poes en de eigenaar meestal niet zo prettig.

Katers vinden een krolse poes enorm aantrekkelijk, en zullen alles doen om bij haar in de buurt te komen. Een open zolderraampje is vaak al genoeg. En lukt het niet om bij de poes te komen, dan zullen de katers haar proberen te lokken met gezang -jawel, het nachtelijke kattengejank- en geurvlaggen in en om het huis. Vroeg of laat zal een kater er geheid een keer in slagen om de poes te dekken, met een (ongewenst) nestje tot gevolg. Al met al voldoende redenen om uw poes jong te laten steriliseren.

Wat als ik de poes nog wel een nestje wil laten krijgen?

Als u uw poes wel graag een nestje wilt laten krijgen, is het verstandig daar even mee te wachten tot ze ongeveer 1 jaar oud en volledig uitgegroeid is. In de tussentijd kunt u de poezenpil geven. Dit is een anticonceptie-pil speciaal voor katten, die u 1x in de week toedient.

De poezenpil is, in tegenstelling tot de pil voor mensen, NIET bedoeld voor langdurige anticonceptie. Bij langdurig gebruik ontstaan afwijkingen en ontstekingen in de baarmoeder. Bovendien loopt de poes kans op de ontwikkeling van suikerziekte of het zgn. Dolly Parton Syndroom (geen grapje!) Hierbij ontwikkelen de borstklieren zich overmatig sterk, waardoor de poes met een loodzware borstweefselmassa onder de buik moet rondlopen. De poezenpil mag om deze redenen maximaal een half jaar aaneengesloten worden gebruikt.

U mag de poezenpil niet geven aan poezen die op dat moment krols zijn, poezen die nog nooit krols geweest zijn, of poezen die drachtig zijn.

Sterilisatie na het krijgen van een nestje

Houdt er rekening mee, dat een kersverse moederpoes al bijna direct na de geboorte van de kittens weer krols kan worden én gedekt kan worden. Het komt op onze praktijk regelmatig voor dat een poes een maand of 3 na de bevalling wordt aangeboden voor sterilisatie, en ze dan alweer hoogdrachtig blijkt van het volgende nest. Zonder dat de eigenaar dat in de gaten had….

Wilt u geen volgend nestje van de poes, laat haar dan zo’n 4 tot 5 weken na de bevalling steriliseren. Tegen die tijd zijn de kittens oud genoeg om een paar uur zonder de moeder te kunnen. Die moet immers naar de kliniek voor de operatie. De poes kan 4 tot 5 weken na de bevalling alweer drachtig zijn, maar dat is dan nog in een zeer vroeg stadium. Een vroege dracht kan zonder problemen worden afgebroken tijdens de sterilisatie, maar we doen het natuurlijk liever niet. Om te voorkomen dat de poes drachtig wordt, kunt u evt. direct na de bevalling beginnen met de poezenpil.

Castratie van de kater

De kater mag gecastreerd worden vanaf 7-8 maanden leeftijd. Sommige katers beginnen echter al op jongere leeftijd te sproeien. Is dit het geval, dan adviseren we de kater zo snel mogelijk te laten castreren. Anders bestaat de kans dat het sproeien aangeleerd gedrag wordt, en als je te lang wacht helpt castratie dan niet meer.

Sproeien verschilt van ‘gewoon’ plassen en is bedoeld om het territorium te markeren. Bij sproeien staat de kater met het achterwerk en de staart omhoog en sproeit kleine hoeveelheden urine recht naar achteren, meestal tegen een verticaal oppervlak zoals de deurpost of uw bankstel. Urine van ongecastreerde katers heeft een penetrante ‘kattenpis’geur en deze laat zich moeilijk verwijderen. Gebruik nooit chloor of bleek, want dat stimuleert de kater om op dezelfde plek opnieuw te sproeien. Overigens kunnen ook dominante vrouwtjes sproeien!

Een tweede voordeel van castratie is dat gecastreerde katers vaak wat huiselijker zijn. Ze gaan minder ver van huis, doen niet mee aan de nachtelijke gezangen en raken minder vaak verzeild in katergevechten, die heel hevig kunnen zijn. In een stedelijke omgeving getuigt het bovendien van goed ‘buurschap’ als u uw kater laat castreren en daarmee stank- en geluidsoverlast voor uw buren voorkomt.